www.Natuurblik.be

Tuinslak (Cepaea nemoralis)

De gewone Tuinslak is de meest voorkomende huisjesslak van onze streken en kan men op tal van plaatsen aantreffen, zoals op bomen, struiken, heggen, graslanden en in de duinen. De kleur van de huisjes en de banden die erop lopen, kunnen zeer erg variëren. Ze hebben twee paar voelsprieten, het bovenste paar is voorzien van ogen en het onderste paar bevat de reukorganen. De Tuinslak is moeilijk uit elkaar te houden van zijn naast familielid, de Witgerande tuinslak, die hier veel minder voorkomt en op dezelfde plaatsen leeft. Enkel de volwassen dieren kan men onderscheiden, dit gebeurt aan de hand van de mondrand; bij de Tuinslak is die donker en bij de Witgerande tuinslak is die wit.

Interessant is dat de Tuinslak, zoals alle andere slakken, een hermafrodiet is, d.w.z. dat ze beide geslachten bezit. De paring gebeurd door eerst met hun onderlijf tegen elkaar op te kruipen en een 'liefdespijl' in de voetzool van de partner te schieten. Deze kalkpijl werkt seksueel prikkelend, daarna drukken beide slakken hun geslachtsopening (aan de zijkant van hun kop) tegen elkaar en wisselen zo spermatozoïden uit. De eigen spermacellen sterven af en de vreemde worden opgenomen, om zo zelfbevruchting tegen te gaan. Later worden de glazige eitjes afgezet in slijm onder de grond. Deze komen na drie weken uit en zijn twee maanden later ook al geslachtsrijp.

De huisjesslakken raspen hun voedsel eerst met hun ruwe tong, alvorens het op te nemen. Dit voedsel bestaat vooral uit algen, dood plantenmateriaal en soms ook nog levende planten. Ze overwinteren door zich in hun huisje terug te trekken en de opening af te sluiten met een harde laag.

Deze foto heb ik genomen in Waren, Duitsland (juni '04).