


|
www.Natuurblik.be |
|
Europees wild konijn |

|
Het Europees wild konijn (Oryctolagus cuniculus) komt in bijna heel de wereld voor, nochtans is zijn natuurlijk verspreidingsgebied beperkt tot het Iberisch schiereiland en Noord-Afrika. Voor de IJstijd was hij wel een bewoner van onze gebieden, maar het koude klimaat had hem teruggedrongen naar het zuiden. Reeds in de Middeleeuwen is de mens begonnen met het invoeren van konijnen voor hun vacht en vlees. Later met de kolonisatie van de Nieuwe Wereld heeft het Konijn zijn verspreidingsgebied, nogmaals met dank aan de mens, vergroot.
De ideale leefomgeving van een Konijn is een open bos of een bosrand met veel struik- en kruidvegetatie. Daar leven ze in kolonies, die grote ondergrondse gangenstelsels uitgraven. Ze eten vooral jonge knoppen en scheuten.
Tijdens geleide wandelingen heb ik gemerkt dat niet iedereen de uiterlijke verschillen tussen het Konijn en zijn familielid de Haas kent. Om te beginnen is de Haas groter, heeft hij langere oorschelpen met zwarte punten en heeft hij veel langere poten. Verder maakt het Konijn holen onder de grond terwijl de Haas heel zijn leven bovengronds doorbrengt.
Interessant is de mogelijkheid die het Konijn bezit om zelf aan populatieregeling te doen. In tijden van overbevolking, gaan de moeren (vrouwtjes) hun embryo's terug opnemen. Hierdoor worden er geen jongen geboren en zorgen ze ervoor dat er geen ondervoeding optreed. Omgekeerd zijn ze bij een lage dichtheid ook in staat grote worpen ter wereld te brengen. Normaal jongeren Konijnen ongeveer vier maal per jaar met telkens tussen de vier en acht jongen. Op die manier kunnen ze snel nieuwe gebieden bevolken.
Deze foto heb ik genomen in het Park van Beervelde, België (juli '04).
|