


|
www.Natuurblik.be |
|
Baardvleermuis (Myotis mystacinus)
|

|
De Baardvleermuis wordt ook wel eens Snorvleermuis genoemd. Beide namen heeft hij te danken aan de lange zwarte haren die boven zijn lip en op zijn snuit groeien. Verder is hij op de rugzijde donkerbruin tot zwart behaard en aan de buikzijde grijs of lichtbruin. Tijdens de winter doen ze een winterslaap in grotten, ijskelders of forten, maar als de temperatuur zacht is durven ze 's winters ook nog wel uitvliegen en op jacht gaan. In de zomer verschuilen ze zich gedurende de daguren in holle bomen, kelders of leegstaande gebouwen. Als de zon begint onder te gaan, ontwaken ze en jagen ze langs bosranden of boven weilanden en stilstaande waters. Hier maken ze jacht op allerlei vliegende insecten, ze voeden zich dus niet zoals sommige zuidelijke soortgenoten met bloed dat ze uit slapende zoogdieren zuigen. Er is dan ook geen enkele reden om angst te hebben van deze kleine nachtroofdiertjes! De vraag hoe deze vliegende acrobaten hun prooi weten te lokaliseren in het donker, bleef heel lang een mysterie. Totdat men een paar tiental jaar geleden meetapparatuur ontwikkelde, waarmee het mogelijk was de ultrasone geluiden te meten die ze uitsturen. De vleermuis zendt vliegend continu hoge geluidsgolven uit, als er zich voor hem niks bevindt, gaan deze verloren in de omgeving. Bevindt zich echter een mogelijke prooi of hindernis voor de vleermuis, dan wordt het signaal teruggekaatst en weer opgevangen door het paar zeer gevoelige oren. Gaat het hier om een insect dan wordt dat opgegeten, gaat het om een hindernis dan wordt die ontweken. Deze foto heb ik genomen in het Park van Beervelde, België (januari ‘05).
|